Theatersport

Theatersport is een vorm van theater waarbij, in plaats van voorstellingen, improvisatiewedstrijden voor publiek worden gegeven. Het is bedacht door theaterdocent Keith Johnstone.

Eigenlijk is theatersport een vrij nauw subgenre van het bredere improvisatietheater, maar de term “theatersport” wordt in Nederland doorgaans algemener gebruikt voor alle vormen van kort, komisch improvisatietheater

Bij een theatersportwedstrijd strijden doorgaans twee teams van vier personen tegen elkaar. Zij doen hun best om onder andere een zo leuk, grappig, spannend en/of romantisch mogelijke scène te spelen, veelal aan de hand van door het publiek gegeven suggesties. De scènes worden volledig ter plekke verzonnen – geïmproviseerd – door de spelers. Theatersport wordt gekenmerkt door de grote mate van onvoorspelbaarheid en de grote interactie met het publiek. Het publiek bepaalt grotendeels de suggesties voor de scènes: locatie, relatie, weersomstandigheden, voorwerpen, problemen, beroep, leeftijd etc.

Het sportelement in theatersport komt naar voren in de beoordeling van scènes. Dit wordt gedaan door ‘rechters’, die meestal ook een theatersportachtergrond hebben. Hun opzettelijk botte opmerkingen zorgen voor wat komisch tegenwicht en moeten meestal met een korreltje zout genomen worden, maar de door hen toegekende punten aan scènes zijn in principe consistent met de kwaliteit. Een andere reden waarom de rechters bot zijn is omdat het hun taak is alle negativiteit naar zich toe te halen, zodat die niet op de spelers gericht wordt. Soms kunnen punten ook door publiek worden toegekend. Uiteindelijk kan dus een winnaar van de wedstrijd uitgeroepen worden. Het winnen van de wedstrijd is echter (meestal) bijzaak, teams streven naar een vermakelijke wedstrijd.