Revue

Een revue is een vorm van amusementstheater die bestaat uit groots opgezette dans-, zang- en variéténummers en lichtvoetige komische sketches.

Het genre ontstond aan het einde van de negentiende eeuw in Frankrijk. In zo’n Franse revue werden recente gebeurtenissen uit het politieke en maatschappelijke leven met satirische liedjes en sketches opnieuw onder de aandacht gebracht. (Het woord revueis Frans voor: opnieuw bekeken.)

Op een soortgelijke manier als bij andere vormen als operette en musical, brengt de revue muziek, dans en woordkunst samen tot een gezamenlijke voorstelling. In tegenstelling tot die andere vormen bestaat er geen rode draad tussen de handelingen. Er is eerder sprake van een algemeen thema als motto voor een los verband van nummers waarbij solovoorstellingen en dansensembles elkaar afwisselen.

Buiten Frankrijk maakte het genre vaak een eigen ontwikkeling door, vandaar dat het woord in verschillende landen, verschillende associaties oproept. In de Angelsaksische wereld wordt met revue bijvoorbeeld vaak een grotesk soort musical bedoeld. In de tweede helft van de 20e eeuw kregen revuetheaters af te rekenen met bikkelharde concurrentie van onder meer de televisie. Velen moesten hierdoor de deuren sluiten.

Met verschillende artistieke vormgeving vindt u het revuegenre vooral nog in de traditionele variététheaters zoals het Lido, Moulin Rouge en het Friedrichstadt-Palast Berlin, maar ook in de shows van Las Vegas.

De basis voor de Nederlandse revuetraditie werd gelegd door de Noord-Hollandse humorist en theaterproducent Henri ter Hall, die in de periode tussen 1898 en 1928 tientallen revues op de planken bracht. Het satirische karakter van de revue verdween onder zijn invloed al snel naar de achtergrond.

Ter Hall deed zijn inspiratie op bij August Reyding. Die produceerde in 1889 de eerste revue in Nederland: Naar de Eiffeltoren. Het was, net als de eerste revues die Ter Hall later zou produceren, een bescheiden opgezette theatervoorstelling voor een gezelschap van ongeveer vijf personen, begeleid door een pianist. Het succes van Ter Halls voorstellingen zorgde ervoor dat zijn gezelschap in 1907 was uitgegroeid tot 70 personen. Daarmee was de vorm van de revue zoals die tot na de Tweede Wereldoorlog populair zou blijven, een feit.