• Verdeel de groep in groepjes van 5 of 6 en verdeel deze groepjes door de ruimte.
  • Iedere groep kiest 1 jury lid. Dit jurylid heeft pen en papier en doet verder niet mee aan de opdracht.
  • De overige groepsleden krijgen van de docent/ spelleider een begin woord.
  • De docent zet een timer op 2 minuten en de leerlingen associëren om de beurt, spreek van te voren een volgorde af, door op vanuit dit woord. (Klok, tijd, avond, slapen, bed, wekker, douche, water, koud, ijs, schaatsen etc…)
  • Het jurylid turft ondertussen het aantal woorden en houdt in de gaten of woorden niet dubbel genoemd worden.
  • Na de twee minuten inventariseert de docent klassikaal het aantal worden, bespreekt klassikaal wat er goed ging en waar de valkuilen zaten  en vraagt iedere groep met welk woord zij begonnen en eindigde.

Een leuke vervolg opdracht kan zijn om met deze woorden een scene te maken.

0 reacties