Organisatie

Verdeel de groep in duo’s. De ene speler is A de ander B.

Zet spelers A in een kring met de ruggen naar elkaar toe gericht.
De spelers B gaan hier tegenover staan.

Zo ontstaat er een binnen en een buiten kring.
Om de zoveel tijd, bijvoorbeeld na iedere scene of dialoog, schuift de buitenste kring – als een soort carrousel – één plekje op naar rechts.
Op deze manier spelen de leerlingen steeds met iemand anders samen.

 

Opdracht

Schelden met gewone woorden.

Persoon A begint door B uit te schelden.

Bijvoorbeeld; ‘Weet je wat jij bent? Jij bent gewoon een Broccoli.’

Persoon B incasseert en scheld dan terug.

Bijvoorbeeld; ‘Oh, jij vind mij een Broccoli? Nou, ik vind jou een gloeilamp.’

Persoon A incasseert en scheld dan terug.

Bijvoorbeeld; ‘Oh jij noemt mij een gloeilamp? Jij bent ook gewoon een schoenveter, wist je dat?’

Vervolg

Wanneer de opdracht vlot verloopt en de spelers ook alle emoties inzetten, dan kun je een volgende stap zetten door de leerlingen scenes te laten improviseren.

De spelleider schetst een korte situatie. Bijvoorbeeld A is een verpleeg( st)er en B een bejaarden die nodig naar de WC moet.
De spelers spelen deze scene uit, waarin het conflict leidt tot een flinke ruzie met originele scheldwoorden.

0 reacties