Alle spelers staan in een kring. Één van de deelnemers neemt plaats in het midden. Hij kijkt naar een willekeurige speler en zegt
‘Biblibiblibob’. De  speler in de kring moet – voordat de speler in het midden is uitgesproken – ‘Bob’ roepen. Lukt dat niet, dan moet hij van plaats ruilen met de speler in het midden.

Nadat ieders concentratie is opgewarmd wordt het spel uitgebreid.

Naast ‘ Biblibiblibob ‘ kan de speler in het midden nog andere commando’s geven:

  • ‘Bop’. De speler in de cirkel mag juist niet reageren. Reageert hij toch met ‘bop’, dan moet hij in het midden gaan staan.

 

  • ‘Olifant’. De speler in de cirkel beeld met zijn twee buren een olifant uit. De persoon die aangewezen werd maakt een ‘slurf’ (met zijn rechterarm pakt hij zijn neus en zijn linkerarm steekt hij daar doorheen) Zijn directe buren vormen met de armen de flaporen.

 

  • ‘Broodrooster’. De persoon in de cirkel springt omhoog en roept ‘ping!’. Zijn buren beelden het broodrooster uit door hun armen gestrekt voor en achter de springende boterham te plaatsen.

 

  • ‘James Bond’. De persoon in de cirkel is James Bond en beeld een pistool uit met zijn handen naast zijn gezicht. Zijn buren spelen zijn Bond-girls (ook de jongens)  door James te adoreren met een buiging en met een hoog stemmetje ‘oooeh James’ te roepen.

0 reacties